Zo steeg het aandeel winst sinds 1995 flink, maar stagneerden de investeringen. De resulterende economische groei kwam in toenemende mate bij bedrijven en vermogenden terecht, terwijl lagere inkomens meer gingen werken onder slechtere omstandigheden. De uitkeringen aan aandeelhouders gingen sinds 2000 meermaals over de kop.
Pogingen deze trends te keren zijn mislukt. Corporate Social Responsibility, purpose-driven bedrijven, impact investeren of aandeelhoudersactivisme heeft onvoldoende voet aan de grond gekregen om de doelstellingen van het bedrijf te verschuiven van het maximaliseren van waardecreatie voor een kleine groep naar maatschappelijke waardecreatie. Leiders die wel een poging deden, zoals Paul Polman bij Unilever, zijn afgestraft door een financieel systeem dat bedrijven beoordeelt op de aandeelhouderswaarde. Er zijn drie redenen om ons hier boos over te maken: politiek, juridisch en democratisch.
Zo weten we dat politiek en economie inherent verbonden zijn. Als het op grote schaal fout gaat in het bedrijfsleven, springt de overheid in - zoals tijdens de financiële crisis - en worden de kosten van de winst afgewenteld op de samenleving. Ook in niet-crisistijd gaat het maximaliseren van bedrijfswinst vaak ten koste van mens en milieu, in Nederland of elders. Het neoliberalisme van de afgelopen decennia wordt gekenmerkt door de overtuiging dat een groot deel van de economische besluitvorming buiten de democratie zou moeten liggen. Als we andere uitkomsten willen, zullen we dus moeten ingrijpen op waar de besluitvorming plaatsvindt.
De tweede reden om boos te zijn is juridisch. De aandeelhouders van een bv of nv zijn in Nederland beperkt aansprakelijk voor de keuzes van de bedrijven waarin zij investeren. Zij kunnen alleen hun inleg verliezen. Dit is een privilege toegekend door de overheid, waar lang ook plichten tegenover stonden zoals het dienen van het publieke belang. Bij afschaffing in de negentiende eeuw waren klassiek liberalen dan ook tegen omdat de aandeelhouders niet langer verantwoordelijk waren voor winst én verlies. Het waren geen echte ondernemers meer.
Tot slot bedreigt economische ongelijkheid inmiddels politieke gelijkheid. Denk aan Elon Musk in de VS, maar ook de groeiende invloed van donaties van bedrijven en lobby in de Nederlandse politiek. Om de democratie te beschermen moeten we daarom ons actief verhouden tot de groeiende machtsconcentraties in de economie, die we door het gebrek aan democratisering zien ontstaan. Democratisering van de economie is daarom een voorwaarde voor het veiligstellen van onze huidige en toekomstige democratische vrijheden.
Het is dus hoog tijd voor een democratisch debat over wat we als samenleving van bedrijven verwachten.